Kleine boeren in Uganda verliezen na het oogsten veel voedsel dat zij niet kunnen opslaan. Er zijn verschillende projecten om boeren te helpen minder voedsel te verliezen en de voedselzekerheid te verhogen, waaronder het gebruik van een silo. 

In sommige sectoren gaat de helft van het voedsel verloren na de oogst. En in sommige landen verliest een boer 40 procent van de oogst doordat er geen goede opslag mogelijk is. Dit zijn schokkend hoge cijfers. SDG 12.3 noemt in de laatste bijzin ‘verliezen na de oogst’ als expliciete oorzaak van voedselverspilling. Terecht, als je naar de cijfers kijkt. Hoe kan het dat deze cijfers zo hoog zijn? Wat wordt eraan gedaan? Begin mei bezocht ik Uganda met stichting Woord en Daad. Ik ontmoette hier veel mensen die soms vanuit lastige situaties proberen SDG 12 te bereiken.

Kapotte ananassen
Voordat we over oplossingen gaan praten is het belangrijk om te weten wat het probleem eigenlijk is. Post-harvest loss is geen eenduidig probleem, er zitten veel aspecten aan. Het begint bij het oogsten zelf: om zo min mogelijk te verliezen is het belangrijk op een goede manier te oogsten. Daarna is goed vervoer van het land naar de boerderij erg belangrijk. Boeren moeten soms een heel eind lopen met hun oogst. Neem ananassen: een zak vol is zwaar. Als boeren een eind hebben gelopen en bij de opslagplek aankomen, gooien sommigen de zak op de grond met kapotte ananassen als gevolg.

Van 40 procent naar 2 procent
Het aspect waar ik op in wil zoomen is de opslag. In Uganda zijn veel kleine boeren die hun voedsel na de oogst niet gelijk willen verkopen. Om een betere prijs te krijgen op de markt is het soms handig om voedsel een paar maanden te bewaren. Maar waar? Boeren hebben meestal geen voorraadschuren of goede faciliteiten om voedsel te bewaren.

Om dit probleem aan te pakken heeft het World Food Program (WFP) sinds 2015 een project in Uganda waarbij ze silo’s met een capaciteit van 320 kg verkopen. De silo’s zijn vrij klein en boeren kunnen ze in huis zetten. Dit doen ze vaak in verband met de veiligheid, zodat het voedsel (hun inkomen) niet gestolen wordt. Met een silo gaat slechts  2 procent  van de oogst verloren terwijl boeren zonder silo 30 tot 40 procent verliezen. Langer houdbare producten zoals mais en bonen kunnen nu bewaard worden terwijl de boer wacht op een betere marktprijs. Bovendien vergroot een silo de voedselzekerheid: er is het hele jaar eten voor de gezinnen die het voedsel verbouwen.

Naast de verkoop van de silo’s worden er ook trainingen gegeven aan de boeren. Deze trainingen gaan over nieuwe oogsttechnieken maar ook over hoe je een zak dichtknoopt zonder dat er lucht in zit.

Plastic silo’s
Zoals met elk project ging ook het silo-project met vallen en opstaan. De eerste lading silo’s was gemaakt van goedkoop metaal waardoor de silo’s verroesten. Ook bleek dat veel boeren niet genoeg geld hadden om in één keer te betalen voor de relatief dure silo’s. Inmiddels is er een kredietregeling en worden er plastic silo’s aangeboden naast de silo’s van (inmiddels) roestvrij metaal.  Er zijn zelfs plannen om het project uit te breiden naar andere landen in de regio.

Het behalen van SDG 12 en 2 en ook de anderen is een grote opdracht maar het is belangrijk om goede voorbeelden te blijven benoemen om te laten zien dat er gewerkt wordt aan een wereld waarin voedselzekerheid voor steeds meer mensen werkelijkheid is.  Als we doorgaan met vallen en opstaan komen we steeds dichterbij de doelen. Dus we moeten blijven proberen, met hele en kapotte ananassen, met roestende en plastic silo’s en met vallen en opslaan.

Ik ben Lisanne van der Steeg, masterstudent Public Administration aan de Universiteit Leiden. Als ‘MP-Watcher’ volg ik samen met drie andere studenten bij Woord en Daad een masterclass in politiek en ontwikkelingssamenwerking. Onderdeel was een reis naar Uganda.

 

Pin It on Pinterest